Hallo wij zijn de snelle Zondags ATBBikers

Gem. Leeftijd: +- 35 jaar  ][  Gem. Snelheid: + 21 km/u  ][  Gem. Afstand: 35~70 km 

En dan is het weekend
Geschreven door Annemarie van Malsen   
vrijdag, 01 juli 2011 00:00

De snelste weg is toch recht door die plas ‘Op de fiets zet ik de knop om’

‘Om de eerste twee plassen fiets ik nog heen. Maar daarna fiets ik er dwars doorheen.’
De mountainbikers van ATBbikers.nl willen hun zondagochtend op de fiets voor geen
goud missen. ‘En na zo’n tocht ben ik thuis ook leuker.’



‘Mountainbiken is geweldig vanwege de combinatie: je fiets, je spullen, je conditie,
lekker buiten zijn’, vindt Menno Bouwman (36) uit Boxtel. Hij is initiatiefnemer
van de site ATBbikers.nl, een mountainbike club met leden uit de omgeving Den
Bosch, Tilburg en Eindhoven. Elke zondagochtend om negen uur maakt Menno
Bouwman met een groepje van zo’n tien mountainbikers een tocht. Vaak blijven ze in
de omgeving, de Loonse en Drunense duinen zijn favoriet. Soms pakken ze voor wat
extra klimmetjes een route bij Nijmegen of Limburg.
‘Het prettige van fietsen is dat je geen verplichtingen hebt tegenover een team’, zegt
Menno. ‘Ik vind het ook zo ontspannend. Gaat het eens wat minder, dan fiets ik wat
achteraan. Zit ik goed in mijn vel, dan zit ik vooraan. Ik hoef niet per se te presteren.’
Clubgenoot Marco Bras (36) uit Rosmalen is fanatieker. ‘Als ik iets doe, doe ik het
gelijk voor 200 procent. Ik werk hard, maar kan de knop goed omzetten als ik op de
fiets stap. Het lekkere van fietsen is dat ik mezelf echt moe kan krijgen.’
Marco traint vier keer in de week. ‘Ik train voor een weekje fietsvakantie van
Duitsland naar Italië. Dat is bijna 500 kilometer en in de bergen. Daar moet ik me
goed op voorbereiden, wil ik daar plezier aan beleven.’

Angelique Peeters (36) uit Boxtel is de enige vrouw in de club. ‘Ik train drie, vier
keer per week. Niet alleen omdat ik de mannen bij wil houden, maar vooral omdat
ik het heerlijk vind om goed getraind te zijn, dan zit ik lekkerder in mijn vel en fiets
prettiger. Door het bos fietsen vind ik toch uitdagender dan braaf hardlopen op de
stoep. En ik ben dan drie tot vier uur buiten in de natuur. Als ik voor mezelf lekker
heb gefietst, is dat mijn beloning.’
Rob Velden (45) uit Vught heeft zich pas aangesloten bij de club. ‘Ik fiets ook nog
met een groepje mannen uit Vught, maar die trainen vaak op de racefiets, dat vind
ik toch minder leuk. Ik vind juist op de mountainbike klimmen en afdalen en fietsen
over smalle paadjes technisch uitdagend. Telkens leer ik iets bij. Ik fiets ook vaak in
het buitenland in de bergen. Dan moet mijn conditie goed zijn.’
De mountainbikers fietsen flink door, maar genieten ook van de omgeving.
Menno: ‘Laatst zag ik in de Loonse en Drunense Duinen drie herten.’ Rob: ‘De
zomeravond, als het nog lang licht is, vind ik de mooiste fietstijd. Dan kom je weinig
andere mensen tegen.’
Door slecht weer laten de bikers zich niet uit het veld slaan. Angelique: ‘Juist lekker
om vies te worden.’ Dat vinden de mannen ook. Marco: ‘Om de eerste twee plassen
rijd ik nog heen. Maar daarna denk ik al gauw: de snelste weg is toch rechtdoor en
dan fiets ik er dwars doorheen. Soms is zo’n kuil dieper dan je denkt.’ Rob: ‘Na zo’n
rit pak ik thuis de tuinslang en spuit ik eerst mezelf schoon en daarna mijn fiets.’

Marco: ‘Dat witte fietsshirtje, dat was een slecht idee.’
De renners willen hun zondagochtend op de fiets voor geen goud missen. Menno: ‘Ik
neem soms een middag vrij om mijn fiets naar de fietsenmaker te brengen, zodat ik
zeker weet dat hij zondag klaar is. Mijn vrouw houdt rekening met me en spreekt op
zondag pas na drie uur iets af.’ Angelique: ‘Ik plan mijn afspraken om het fietsen
heen, op zondagochtend kan ik bij niemand op de koffie. Maar het is een win-win
situatie voor iedereen: na zo’n tocht ben ik thuis ook leuker. Ik heb veel energie en die
moet ik ergens laten.’
Marco: ‘Op zaterdagavond denk ik bij het tweede biertje toch even na, dus stiekem
ga ik er nog gezonder van leven ook.’ Angelique lacht: ‘Als wij een feestje hebben en
mijn fietsmaatje is er ook, dan check ik hoeveel hij drinkt. Ik zorg dat hij net wat meer
drinkt dan ik, zodat ik de volgende dag iets beter fiets.’
Menno vindt de gezelligheid binnen de club belangrijk. Jaarlijks organiseren ze
een clubfeest en een gezellige activiteit. ‘Vorig jaar zijn we een weekend naar de
Ardennen geweest. Gezellig uit eten, barbecuen, lekker doorzakken op zaterdagavond
en dan kijken of de jongens er de volgende dag weer vroeg uit komen. In zo’n
weekend fietsen we niet teveel: 150 kilometer in twee dagen.’
Nieuwe leden vragen vaak wat er allemaal mee moet op een tocht. Niet echt veel,
volgens Menno. ‘Een paar binnenbanden, een pompje en een powerlink voor als je
ketting breekt. Maar in de groep heeft altijd wel iemand iets bij zich, dat komt altijd
goed.’
Verder eten de mountainbikers continue: energierepen, bananen en krentenbollen. En
ze drinken minimaal driekwart liter water per uur. Angelique: ‘Dat eten moet echt,
ook al heb je er geen zin in. Anders verlies je kracht en riskeer je een hongerklap. Dan
kun je echt niets meer.’ Menno: ‘Eigenlijk moet je na een kwartier op de fiets al iets
eten.’
Of het een dure sport is? Rob: ‘Een goede mountainbike koop je vanaf 1.000 euro,
maar er zijn ook fietsen van 7.000 euro. Het gevaar dat je je laat meeslepen is
aanwezig. Je begint met een oude fiets en een flodderbroek. Dan koop je eens een
echte fietsbroek en iedere keer komt er wat bij. In fietstijdschriften maken ze je
helemaal gek met nieuwe snufjes.’ Marco: ‘Je clubgenoten geven tips. Dat begint bij:
je moet veel kwark eten om snel te herstellen. Later hoor je over allerlei onderdelen:
een ander grip, lichtere wielen, een betere fietsbroek. Tot je denkt: moet ik geen
nieuwe fiets kopen?’
Menno: ‘Sommigen schaffen een helmcamera aan, die kost toch gauw 700 euro. Nu
komen er steeds meer GPS fietscomputertjes. Maar voor mij is mijn fiets gewoon een
tool, het blijft een hobby.’
Marco: ‘Mountainbiken is een unieke mix tussen individuele sport en de gezelligheid
van een team. Ik vind het gezellig om met zijn allen te fietsen en contact te hebben.
Vooral over je hobby. Over werk hebben we het nooit. Soms fiets je al vier maanden
naast iemand en denk je ineens: wat doet hij eigenlijk? Dat weten we niet van elkaar.’

bron: Brabants DagBlad (magazine 2011)
tekst: Annemarie van Malsen foto’s Marc Bolsius

 
No images

Slider

Strava

Merken

Banner